Een kogelgewricht
Je heup is een kogelgewricht: de ronde heupkop — het bovenste uiteinde van je dijbeen — draait in de kom van je bekken, het acetabulum. Die vorm maakt een grote beweeglijkheid mogelijk, in bijna elke richting.

Het labrum: de sluitring van je heup
Rondom de rand van de heupkom zit het labrum, een ring van vezelig kraakbeen. Het labrum vergroot het contactoppervlak tussen heupkop en heupkom, werkt als een soort zuignap die de gewrichtsvloeistof binnenhoudt (de 'suction seal') en draagt bij aan de stabiliteit van je heup. Het labrum bevat zenuwuiteinden — schade eraan kan dus goed voelbaar zijn als pijn.
Het labrum wordt maar beperkt doorbloed. Daardoor herstelt het na een scheur niet vanzelf, anders dan bijvoorbeeld een spier dat wel doet.
Kraakbeen en gewrichtsvloeistof
De heupkop en heupkom zijn bekleed met een laag glad kraakbeen, dat zorgt voor soepele, wrijvingsarme beweging. Gewrichtsvloeistof smeert het gewricht en voedt het kraakbeen. Ook kraakbeen kan zichzelf nauwelijks herstellen als het beschadigd raakt.
Waarom dit ertoe doet bij jouw klachten
Veel heupklachten bij jonge, actieve mensen ontstaan doordat de vorm van heupkop of heupkom net iets afwijkt van gemiddeld, waardoor het labrum bekneld raakt of overbelast wordt.
Kraakbeenschade: een kwetsbare plek
Anders dan het labrum heeft kraakbeen geen zenuwuiteinden. Schade eraan doet daardoor vaak pas pijn zodra omliggend weefsel, zoals het labrum, meebeschadigt. Bij langdurige impingement — vooral bij de cam-variant — kan het kraakbeen aan de rand van de heupkom slijten. Omdat kraakbeen zich niet vanzelf herstelt, is het belangrijk om klachten op tijd te laten beoordelen. Lees meer op de pagina over FAI.
