Wat is een complicatie?
Tijdens of na elke operatie kunnen zich complicaties voordoen: onbedoelde gebeurtenissen die mogelijk schadelijk zijn, zonder dat er iets verkeerd is gedaan. Complicaties horen bij de geaccepteerde risico's van een ingreep — we doen er wel alles aan om de kans erop zo klein mogelijk te houden.
Algemene risico's die bij elke operatie kunnen optreden
Trombose of longembolie — risico kleiner dan 1 op 20
Na de operatie kunnen er stolsels ontstaan in de aderen van je benen (veneuze trombose); soms komt zo'n stolsel in de longen terecht (longembolie). Je risico is hoger als trombose in je familie voorkomt, als je die zelf al eens hebt gehad, als je de anticonceptiepil gebruikt of als je een stollingsstoornis hebt. Let na de operatie op pijn, zwelling of roodheid van de kuit, of op benauwdheid. Om het risico te verkleinen krijg je twee weken lang een bloedverdunnende injectie. Ook vroeg en voldoende bewegen na de operatie verkleint de kans op trombose.
Infectie — risico kleiner dan 1 op 1000
Heel soms nestelen bacteriën zich via de operatiewondjes in het operatiegebied of het gewricht. Klachten zijn pijn, roodheid, vocht of pus uit de wondjes, koorts of algemeen ziek zijn — neem dan contact op met de kliniek. Een infectie na een heupscopie is extreem zeldzaam, mede dankzij antibiotica voorafgaand aan de operatie, steriel werken en het continu spoelen van het gewricht tijdens de ingreep.
Nabloeding — risico kleiner dan 1 op 1000
Voor de operatie worden enkele kleine 'tunnels' door huid, weefsel en kapsel gemaakt; hierbij kan een klein bloedvat geraakt worden. Klachten zijn zwelling, pijn en blauwe of paarse verkleuring rond de wondjes. Een nabloeding stopt vrijwel altijd vanzelf en heeft geen verdere behandeling nodig. Let op: de operatiewondjes kunnen de eerste uren na de operatie af en toe nog wat lekken; dat is meestal de spoelvloeistof van tijdens de operatie met een beetje bloed erdoorheen — dat is geen nabloeding.
Risico's die specifiek zijn voor een heupscopie
Zenuwletsel — risico ongeveer 1 op 20
Rond de heup lopen zenuwen die tijdens de operatie geraakt kunnen worden. Meestal gaat het om een beperkt, voorbijgaand letsel van de zenuw die de huid aan de voor- en zijkant van je bovenbeen van gevoel voorziet (nervus cutaneus femoris lateralis): dit geeft een doof of tintelend gevoel, zonder krachtverlies, en is meestal tijdelijk maar kan soms blijvend zijn. Daarnaast kan de tractie op je been tijdens de operatie andere zenuwen tijdelijk 'kneuzen', met kortdurend gevoels- of krachtverlies in het been, of — bij mannen — tijdelijke impotentie; dit risico is kleiner (ongeveer 1 op 100) en herstelt altijd vanzelf.
Doorbloedingsstoornis van de heupkop — risico kleiner dan 1 op 1000
Aan de achterzijde van de heupkop lopen bloedvaten die de heupkop van bloed voorzien, met name relevant bij de behandeling van een cam-afwijking. Raken deze beschadigd, dan kan een doorbloedingsstoornis van de heupkop ontstaan (osteonecrose): een zeldzame maar vervelende complicatie die soms een aanvullende ingreep vraagt, en in het uiterste geval een kunstheup.
Periarticulaire ossificaties — risico ongeveer 1 op 500
Soms vormt zich na de operatie nieuw bot rond het gewricht (periarticulaire ossificaties). Dit is een zeldzame complicatie, met een geschat risico van ongeveer 1 op 500. Het gebruik van een ontstekingsremmende pijnstiller (meloxicam) gedurende de eerste twee weken na de operatie helpt dit risico mede te beperken.
Schade aan labrum of kraakbeen tijdens de operatie — risico ongeveer 1 op 20
Om voldoende ruimte te krijgen tussen heupkop en heupkom wordt de heup tijdens de operatie op tractie gebracht. Is de heup krap, dan kan bij het inbrengen van camera en instrumenten een kleine, onbedoelde beschadiging van kraakbeen of labrum ontstaan. Dit is meestal zeer beperkt en heeft doorgaans geen invloed op je herstel of op het risico op artrose; soms wordt zo'n bijkomende beschadiging meteen meebehandeld. Is de heup zo stijf dat er weinig ruimte te krijgen is, dan is de kans op zo'n beschadiging iets groter. In een zeldzaam geval ontstaat er zelfs helemaal geen ruimte tussen kop en kom; dan kan de heup niet volledig in beeld gebracht worden en kan ook niet de volledige behandeling worden uitgevoerd.
Risico's van de verdoving
Een heupscopie vindt plaats onder narcose (algehele anesthesie) of met een ruggenprik (spinale anesthesie). Ook deze vormen van verdoving kennen risico's en bijwerkingen — denk bijvoorbeeld aan tijdelijke misselijkheid, keelpijn door de beademingsbuis bij narcose, of hoofdpijn na een ruggenprik. Je anesthesioloog bespreekt dit voorafgaand aan de operatie uitgebreid en specifiek voor jouw situatie met je.
Als het resultaat tegenvalt
Naast complicaties is er ook een kans dat de operatie niet het gewenste effect heeft, of dat klachten na verloop van tijd terugkeren. In een klein deel van de gevallen is dan op termijn alsnog een nieuwe ingreep nodig. Lees ook de pagina over resultaten.
Wanneer neem je contact op?
Neem altijd contact op met de kliniek als de wond gaat lekken, dikker wordt of meer pijn gaat doen, als het wondgebied rood en warm aanvoelt, bij koorts, of als je een strak, dik en warm gevoel in je onderbeen of kuit krijgt — dat laatste kan wijzen op trombose.
